Assertief gedrag is: op een rustige manier je mening geven en voor jezelf opkomen, zonder het respect voor de ander uit het oog te verliezen.
Hiervoor kun je vier basisregels gebruiken:
1. Spreek je gevoelens uit in ‘ik’ zinnen.
Je geeft de ander informatie door het uitspreken van je gevoelens. Het is belangrijk dat de ander weet wat er bij jou van binnen gebeurd, wat je voelt en wat je vindt en wat het effect van zijn of haar gedrag is op jou. Hierdoor vergroot je de kans dat de ander zijn gedrag verandert of dat je samen tot een oplossing komt.
Voorbeeld: Stel het is erg druk op je werk. Je staat er alleen voor. Je collega waar je normaal gesproken goed mee kan samenwerken, verschijnt ruim een uur te laat op zijn werk. Hij heeft een vrolijke bui en gaat zonder wat te zeggen aan het werk. De hele dag merk je dat hij de kantjes eraf loopt. ’s Middags meldt hij dat hij een uur vroeger weg wil, omdat het mooi weer is.
Reageren met basisregel 1: ,, Ik vind het niet prettig als ……..’’
2. Benoem het gedrag van de ander in concrete termen.
Het is belangrijk het gedrag van de ander te beschrijven in plaats van het te veroordelen. Het kan verleidelijk zijn om de ander te bekritiseren en te beschuldigen. Hierdoor vergroot je de kans dat de ander zich aangevallen voelt en in de verdediging of tegenaanval gaat. Het gevolg is dan dat de kans op het oplossen van een conflict wordt verkleind. Het is bovendien niet de bedoeling van assertief gedrag de ander te straffen of te beschuldigen, maar deze vragen zijn of haar gedrag te veranderen. Spreek de ander niet aan op zijn totale persoon, maar op zijn concrete gedrag.
Reageren met basisregel 2: ,,Ik vind het niet prettig als je te laat komt …….”
3. Noem de gevolgen van het gedrag voor jezelf.
Naast het uitspreken van je gevoelens is het belangrijk de gevolgen te benoemen, die het gedrag van de ander voor je heeft. Daardoor geef je meer informatie, zodat het nog duidelijker wordt waar het om gaat en de ander je beter kan begrijpen
Reageren met basisregel 3: ,,Ik vind het niet prettig als je te laat komt. Het is veel te druk om het werk alleen aan te kunnen”
4. Zeg wat je wilt van de ander, in concrete termen.
Uit de vorige regels komt naar voren wat je niet wilt en waarom je dat niet wilt. Nu is het nodig, dat je duidelijk maakt wat je wel wilt. Door een alternatief of verzoek te noemen creëer je een onderhandelingssituatie waarin gepraat kan worden over je voorstel, wens of behoefte.
Reageren met basisregel 4: ,,Ik vind het niet prettig als je te laat komt. Het is veel te druk. Ik wil dat je op tijd komt”
Je kunt de stappen beschouwen als richtlijnen. Dit betekent dat je niet perse alle stappen steeds in dezelfde vaste volgorde moet zetten. Zo kan je bijvoorbeeld ook assertief zijn als je meteen stap 4 zet. Zoals: ,,Ik wil dat je op tijd komt”
© Hetty Dalsheim, www.primago-advies.nl